Categoriearchief: Columns

Zachte begeleiding

bloesjeNet als zoveel studenten zit onze dochter in “den blok”. Dag na dag zit ze plichtsbewust van ’s ochtends tot ’s avonds aan haar bureau te studeren. Ze heeft zich voorgenomen om na haar eerste examen een hele namiddag en avond vrij te nemen. Ze kijkt er al dagen naar uit. Om het plezier nog te vergroten beloof ik dat we naar de solden gaan. De winkels zijn al sedert enkele weken voor-koopjes aan het houden, maar we zijn ervan overtuigd dat er nog een en ander te rapen valt.

Maandag: haar examen is goed verlopen en blij van zin trekken we het winkelcentrum in. Terwijl zij langs de rekken struint, een en al glimlach, roefel ik ook hier en daar in wat afgeprijsde stukken. Even later staan we aan hetzelfde rek en bemerk ik dat ze, naar goede gewoonte tijdens háár wintersolden, een paar kapstokken draagt waaraan lichte zomerbloesjes wapperen. Tijd om in te grijpen.
Lees verder

Gemixt

Hij neemt een dienblad en zegt: “Kies maar wat je wil, deze keer trakteer ik!” Ik neem een broodje en een biodrankje, meer kan ik niet op. Zelf neemt hij een broodje, een drankje en een grote beker met dessert, die hij omhoog steekt: “Jij niet?” Het ziet er lekker uit: yoghurt of platte kaas met grote stukken verse ananas erop, maar ik bedank. In het passeren probeer ik nog de chocolademuffins in brand te kijken en ik vervoeg hem aan de kassa. “Hé waar is je dessert?” vraag ik. “Dat moest gemixt worden,” zegt hij laconiek. Gemixt? Ik zie een juffrouw die inderdaad bezig is met een soort keukenrobot. “Wou je dat wel?” “Ik ging haar niet tegenspreken, dat ze anders dacht ‘die domme Hollander weet niet eens dat het gemixt moet worden’.” De juffrouw giet de pap uit de mengkom terug in de beker en gaat ermee naar een collega: “Zie eens hoe dik!” De collega kijkt in de beker en trekt een vies gezicht: “Daar moet meer ijs in,” zegt ze met kennis van zaken. Het papje verdwijnt terug in de mengkom, krijgt nog een grote schep ijs als gezelschap en wordt weer gemixt. Twee minuten later staat een mega yoghurtananasshake mét rietje op ons dienblad. En zeggen dat we nochtans allebei nog al onze tanden hebben. Misschien moet je die vanaf een bepaalde leeftijd eerst tonen vóór je naar de kassa trekt?

Telplicht

Ondertussen zijn de verkiezingen achter de rug en de stemmen geteld. Ik was ook opgeroepen om bijzitter te zijn in één van de telbureaus van Oudenaarde. Heb ik dus de zonnige zondagnamiddag (én avond, ik was pas om 21u30 thuis) in een muf klaslokaal doorgebracht. Ik had me wel mooi opgemaakt en chique gekleed: strakke, spierwitte broek, pastelkleurig t-shirt, donkerblauw flatterend gileetje en hooggehakte witte schoenen met allerlei felgekleurde motieven, alsof ik naar een feest ging! Zo uitgedost zou ik er het beste van maken. Reed ik Oudenaarde binnen, ietwat verontrust dat ALLE parkeerplaatsen aan de rand al bezet waren, naderde de markt en zag dat die ook al bomvol stond: HELP! Reed er toch maar op en hoppa, zag ik een mevrouw naar haar wagen stappen. Had ik zomaar direct plaats! Nu ja, direct… toen… ze… ein… de… lijk… haar… au… to… ge… start… had… en… weg…ge…re…d…e………n was.

Zwierig stapte ik de wagen uit en pikkelde toen zo goed als ik kon telkens OP de kasseistenen van de markt (en niet ertussen) op weg naar de school waar de festiviteiten zouden doorgaan. Hoge hakken zijn een ramp! Mijn pianojuf loopt constant bevallig te wezen op van die stelten. Wat zij kan, kan ik ook, dacht ik. Niet dus. Toen ik tot aan de schoolpoort gestrompeld was (de huisnummers bekijkend: ha, 24,… 26,… 28,… nog één! hoera, 30!) stond daar een politieagent. “Het is wat verder mevrouw, op de brief stond ’30’, maar het is ginder, waar die andere agent staat.” Die andere ingang ken ik maar al te goed, dat is de ingang die mijn zoon altijd moet nemen. “Oh nee,” zei ik tegen de agent, “nog zó ver? Ik weet niet of ik tot ginder geraak, op deze schoenen. Ik wou namelijk ook eens op hoge hakken lopen.” De politie, uw vriend? Pft, hij stelde niet eens voor om me tot ginder te dragen. Dus zat er niets anders op dan zo waardig mogelijk verder te schrijden, voetje voor voetje. Toen ik eindelijk op de speelplaats stond en gevonden had in welk gebouw ik verwacht werd, zag ik dat “mijn” telbureau zich op de tweede verdieping bevond. Trappen beklimmen met hakken gaat gelukkig beter dan ik verwachtte: gewoon op je tenen, je hielen niet gebruiken. Ach, ik zou me niet vrijwillig kandidaat stellen, maar al bij al was het nog een aangename namiddag in leuk gezelschap. ’s Avonds heb ik een lekker lang voetbad genomen… en daarna ben ik in mijn knalroze, overmaatse crocs gestapt.

Opzichtig

photo (2)Het zijn solden en net als de meesten van ons heb ik niets nodig. Wat maakt het uit of die blauwe bloes een tikkeltje te groenig is om perfect bij die broek te passen, of die trui een paar pluisjes teveel heeft om er nog nieuw uit te zien, of de tip van die linkerschoen al wat afgesleten is. We lopen gekleed en geschoeid en hebben meestal geen plaats om nieuwe aankopen weg te bergen.

Maar! De zoon, die groeit als kool. Eigenlijk meer als prei, want het is vooral in de lengte, niet zozeer in de breedte. Als ik niet wil dat hij met de enkels bloot loopt en eruit ziet alsof hij behalve de handen ook de polsen en een stuk van de onderarm uit de mouwen wil steken, moet er regelmatig gewinkeld worden. Lees verder

Als een makreel in de olie

De laatste keer dat ik een product voor gezichtsverzorging kocht in de Aldi en mij liet leiden door de leeftijdsaanbeveling op de verpakking kwam ik ietwat bedrogen uit. Gezien mijn leeftijd zich ondertussen in het rechtse derde bevond van het balkje (met als uiterste waarden links -20 en rechts 60+), kocht ik de weekkuur met ampullen voor de “rijpere huid”. Toen ik een halve ampul op mijn linker handpalm uitgoot en met mijn rechter wijsvinger met “voorzichtige bewegingen” de substantie op mijn gezicht en hals aanbracht, zag ik eruit als een rijpere makreel in de olie: vettig en glimmend. Stel je voor dat ik een héle ampul had gebruikt! De olie trok geeneens in en na een uur glibberde ik nog steeds door het huis, blij dat ik de deur niet meer uit moest. Toegegeven, de rest van de ampullen leende zich prima voor het marineren van spareribs, het invetten van de taartvorm, het smeren van de deur naar de berging en van de pistons van de trompet van onze zoon. Lees verder

Knabbel en babbel

Ik ga uit eten met Vriendin. Vroeger zagen we elkaar wekelijks, maar sedert ik in Gent werk, zijn onze etentjes vrijwel de enige momenten waarop we elkaar terugzien. Eigenlijk is dat eten bijzaak. Het moet wel lekker zijn, maar we nemen nooit een uitgebreid menu, anders blijft er tussen het knabbelen geen tijd over om te babbelen.

We ontmoeten elkaar ergens halverwege, want we wonen een heel eind vaneen. Vroeger gingen we naar de Soup- and Saladbar, tot die op zekere dag zijn soepterrines met bloemetjes vulde. We vonden een nieuwe tettertent in De Oase. De eerste keer dat we daar toekwamen, stond er een batterij motoren geparkeerd aan de ingang. Het eet- en praatcafé was blijkbaar het trefpunt van een motorclub. Een beetje onwennig beenden we tussen de motoren door en passeerden langs de bar. Na het ruilen van piercingringetjes en het bewonderen van elkaars tatoeages, lieten Vriendin en ik de motards achter. In het aanpalende restaurantgedeelte lieten we ons de maaltijd smaken en De Oase werd ons vast adres.
Lees verder

Master Yoda

Yoda

Yoda

Wij zijn konijnminded. Dat komt door Yoda. Neen, niet de groene Jedi-meester maar ons dwergkonijn dat door onze zoon, die een hevige fan is van de Star Wars-saga, met die naam gedoopt werd. Yoda is pikzwart, tenzij hij in de rui is, dan komen er grijzige plukken tevoorschijn, in zíjn vacht en op míjn vloer. Ook loopt hij op sokjes rond: het uiteinde van zijn pootjes is grijs. Een week voor Yoda bij ons zijn thuis vond, haalde ik een soortgenoot uit onze diepvries. Ik kan er niets aan doen, ik eet (neen át) graag konijn. Maar het idee om Luke of Prinses Leia gaar te stoven terwijl Yoda in huis rondsprong kon ik niet verkroppen. Ik weet niet meer of dat laatste konijn ons heeft gesmaakt, maar het bevroren exemplaar houden als speelkameraad voor Yoda was geen optie. Dan maar in de pot, overgoten met bier. En toen het op ons bord lag, onuitgesproken beloven dat we het écht nooit meer zouden doen.
Lees verder

Gerustgesteld

Hij is aan het lezen geslagen! Niet dat ik vreesde dat ze hem in de materniteit met een andere baby verwisseld hadden, maar toch… Nu heb ik tenminste zekerheid. Het zorgde voor enige gemoedsrust dat hij reeds jarenlang strips las. Maar boeken, échte prentjesloze boeken kon ik hem niet verkopen: te dik, te saai, te onplezierig. Vorig jaar deed hij reeds een schijnbeweging in de goede richting toen we naar de première van de verfilming van “Blinker en de Blixvaten” gingen. De kinderen kregen een exemplaar van het boek en Marc de Bel signeerde. Thuisgekomen begon onze zoon er onmiddellijk in te bladeren en zowaar… te lezen. Hij las het in één ruk uit. Dat Marc de Bel nog veel andere, minstens even spannende boeken geschreven heeft, kon hem er niet toe brengen zijn huzarenstuk te herhalen. Ik berustte en zag de Jommekes, Suskes en Wiskes, Kiekeboes en FC De Kampioenen in drommen door onze huiskamer marcheren.
Lees verder

Niet nodig

Onze dochter heeft tijdens deze soldenperiode twee weken een studentenjob in een kledingwinkel. Na een week heeft ze vreemd genoeg nog steeds niet terloops vermeld dat ze een of ander kledingstuk mooi vindt. Wanneer ik ernaar vraag en zeg dat ik haar best iets nieuws wil kopen, antwoordt ze tot mijn verbazing dat ze zovéél ziet dat haar bevalt, maar dat ze “niet echt iets nodig” heeft. Omdat ik het een unieke gelegenheid vind om eens in die winkel rond te snuffelen terwijl zij er als verkoopster staat, zeg ik bij het ontbijt dat ik in de loop van de dag eens langskom. Ik spreek haar in de winkel aan met “juffrouw” en vraag wat mode-advies, waarop ze giechelend antwoordt: “Maar máma!”
Lees verder

Zomerwandeling

Na ons nat avontuur duurde het twee dagen eer onze bergschoenen droog waren. Toen het eindelijk zover was, zat de gletsjer iets minder in de wolken. Dus slikten we bij het ontbijt een hou-maar-alles-binnen-pilletje, namen de lijnbus en reden de Stelviopas op. Bij elk van de 48 bochten toeterde de chauffeur even waardoor we helemaal betoeterd boven aan de pas kwamen. Daar voelden we onmiddellijk dat het eufemistisch gesproken aan de ietwat frisse kant was. Regenjasjes werden uitgehaald, niet omwille van een dreigende bui, maar tegen de kou. Zonnepetten werden opgezet, niet tegen de zon, maar tegen de wind. Zo begonnen we aan wat volgens de borden een wandeling van vier uur zou worden: de Goldseewanderung.
Lees verder