Categoriearchief: Gedichten

Noordenloos

Dit gedicht kreeg een eervolle vermelding en werd gepubliceerd in de bundel die werd uitgegeven naar aanleiding van de wedstrijd “Poëzie van A tot Z”, georganiseerd door de gemeenten Avelgem en Zwevegem, in samenwerking met de Marnixring. Thema van de editie 2018 was “De schemering”.

Dag twee


Het nieuwe jaar is nauwelijks begonnen.
We zijn dag twee, de kerstboom staat nog uit.
De glitterstickers juichen op de ruit
en elkeen heeft de tombola gewonnen.

Drie flessen wijn, een sjaal, twee Bongobonnen,
je schaamt je, maar denkt toch: een leuke buit!
Je ruimt – alweer – de keuken op en fluit
een kerstlied, nietsvermoedend, onbezonnen.

En plots word je, als elk jaar, plat geslagen
door moedeloosheid bij het nieuw begin.
Je vreest dit jaar, de maanden, weken, dagen

met evenveel of even weinig zin
als die daarvoor met net dezelfde plagen.
En ook dit jaar zeg je: omhoog die kin!

Alkoven van de slaap I

hoewel het beschrijfbaar deel van mijn geheugen
binnen handbereik in het nachtkastje lag
dacht ik ook zonder aanknippen van licht
te kunnen onthouden wat onontbeerlijk leek

helaas

hoe ik ook de nissen van mijn verbeelding betast
ik voel niet waar ik stenen uit kan breken
geen gleuf waar een pincet in past
slaap kan overtuigend zwijgen

Alkoven van de slaap II

ik droom haar – nogmaals – tot leven
met donker krullend haar en bleke huid
waarop restanten van een sproetenknal
een moederlijk heelal, uitdijend
in de gezichten van mijn kinderen

ze praat en lacht
onwetend van de aftakeling
die komt, daar ben ik zeker van
daar helpt geen praten tegen
geen lachend schudden met het gezonde krullenhoofd

hoe een mens, zelfs slapende, zijn dromen niet gelooft