Stemmig landschap

 

 

Rob robberrund

Rob robberrund
Tekening Jaap van den Born

Rob robberrund is in zijn sas:
er wordt gevochten en geknotst!
De zwerkbaril ligt in een plas
terwijl hij fors de daris dotst.

Er wordt gesmeten en getrokken,
het robberrund gaat driest tekeer.
Hij slingert slinkse, brute brokken.
Rob toont zijn klauwen telkens weer.

Na acht keer boem en twaalf maal pats
ligt gans het zootje in een plooi.
Geen moef, geen dzjoef, geen kreun, geen krats.
Ach, een stilleven is best mooi.


Willie de urk

Tekening van Jaap van den Born

Tekening van Jaap van den Born

Er was er eens een urk
die niet zo hield van gurkelen,
tenzij dan op zijn flurk
(al dient die om te flurkelen).

Zijn pa was daarentegen
een grote gurkelaar.
Bij zon, maar ook bij regen:
de gurk lag altijd klaar.

Er werd wat afgegurkeld,
het zat in de familie,
maar moeder keek besmurkeld:
wat was er mis met Willie?

Ze zei dus aan haar zoon:
“Probeer het toch eens even.
Hier, veeg je gurk maar schoon,
je wordt vast heel bedreven.”

Hoe Willie ook zijn best deed,
het gurkelen werd een flop.
Toen hij het ding kapot smeet,
schoot er iets door zijn kop.

Hij haalde dan zijn flurk
en smeet die ook aan stukken,
ging naarstig aan het slurk,
het zou hem zeker lukken!

Ja, iedereen bezwurkelde
die kleine, slimme urk.
De enige die gurkelde
op een… gurkeflurk!


De huppekee

Tekening van Jaap van den Born

Tekening van Jaap van den Born

Hee, zit daar niet de huppekee
te wobb’len in het groes?
En klinkt daar niet zijn kreet “Hoezee!”?
Wat anders dan “Pardoes!”.

Jawel, echt waar, ik zag een glimp
van huppekeetjes kop.
Zijn dikke tsjonk was paarselpimp,
had hij een vaatje op?

De huppekee drinkt graag voor twee.
(Slechts één keer per kaboes!)
Al roept hij dan “Driewerf hoezee!”,
het klinkt veeleer… pardoes!


Zwibbelzogje

Tekening Jaap van den Born

Tekening Jaap van den Born

Klein zwibbelzogje wil naar huis,
ze houdt niet van logeren.
Ze trippelt weg, stil als een muis,
om nooit terug te keren.

De troedeltjes in oma’s kast
zijn oud, compleet versleten.
Wie troedelt er nog met een flast?
Ze zou het echt niet weten.

Ze lust geen stroep, ook niet geprakt,
geen scheve schoffeloren.
Wat oma in de troggel kwakt,
het kan haar niet bekoren.

Maar dan denkt zwibbelzogje weer
aan oma’s lieve zwotsen
en weggaan wil ze dus niet meer,
ach wat… je kan steeds kotsen!


De koeliebrom

De koelibrom

Tekening van Jaap van den Born

Wie zag er reeds een koeliebrom?
Veel groter dan een schuifeltuit!
Hij speelt geen tuba of geen trom,
een koeliebrom… die brommert snuit.

Maar als er één verkouden is
en sukkelt met een snuit vol kwok,
dan gaat al dat gebrommer mis:
het klinkt zo vals… als een patrok.

De andere koeliebrommers zien
dan hoe hun snipverkouden broer
zijn snuit omsloft en telt tot tien.
Hij maakt zijn borst breed,… snuft heel stoer

en haalt zijn sterke schouders op:
“Ik hou vandaag – snuf – een brommersto-o-op.”