De zigzagzeug

In het bos van Schetebrouck
leeft de zochte zigzagzeug.
Zestien poten, in een hoek,
zó belandt men in de streug!

Vijf keer twee, zo stap je blij,
links, dan rechts, in het gelid.
Maar die zes opzij erbij?
Daarmee lukt geen sikkepit.

Hop naar rechts, of neen, naar voren,
zo zigzagt de zigzagzeug.
Zestien poten? Moet je horen:
strompel, struikel… in de streug!

De zigzagzeug – Tekening Jaap van den Born

Brombrom klingeling brombrom

Ik zat voor mijn huisje te nietsen
en hoorde een heel zacht gebrom.
Ik dacht: zag ik daar iemand fietsen?
Of hoor ik en zie ik nu krom?

Dan ging ik maar weer duimendraaien
tot plotsklaps een belletje ging.
Ik schrok en zag net iemand zwaaien,
een mens of een beest… of een ding?

Het reed aan een snelheid voorbij
en bromde en klingde en zwaaide?
Het was echt een raadsel voor mij.
’t Leek zelfs of een motortje draaide.

Dus hield ik mijn ogen wijdopen,
de oren gespitster dan spits.
Maar toch is mijn plan misgelopen:
een klingel, een brom in een flits!

Verdorie, wat zou dat toch wezen?
Mijn buur zei: “Het is zonneklaar.
Ik heb op het net iets gelezen,
volgens mij is ’t een … <zie video>!”

Hoor ik nu zijn motortje draaien
(brombrom – klingeling – brombrom)
dan spring ik rechtop, vliegensvlug,
en sta voor mijn huisje te zwaaien.
De … <zie video> zwaait terug.

Brombrom klingeling brombrom

Stemmig landschap

 

 

Rob robberrund

Rob robberrund
Tekening Jaap van den Born

Rob robberrund is in zijn sas:
er wordt gevochten en geknotst!
De zwerkbaril ligt in een plas
terwijl hij fors de daris dotst.

Er wordt gesmeten en getrokken,
het robberrund gaat driest tekeer.
Hij slingert slinkse, brute brokken.
Rob toont zijn klauwen telkens weer.

Na acht keer boem en twaalf maal pats
ligt gans het zootje in een plooi.
Geen moef, geen dzjoef, geen kreun, geen krats.
Ach, een stilleven is best mooi.


Willie de urk

Tekening van Jaap van den Born

Tekening van Jaap van den Born

Er was er eens een urk
die niet zo hield van gurkelen,
tenzij dan op zijn flurk
(al dient die om te flurkelen).

Zijn pa was daarentegen
een grote gurkelaar.
Bij zon, maar ook bij regen:
de gurk lag altijd klaar.

Er werd wat afgegurkeld,
het zat in de familie,
maar moeder keek besmurkeld:
wat was er mis met Willie?

Ze zei dus aan haar zoon:
“Probeer het toch eens even.
Hier, veeg je gurk maar schoon,
je wordt vast heel bedreven.”

Hoe Willie ook zijn best deed,
het gurkelen werd een flop.
Toen hij het ding kapot smeet,
schoot er iets door zijn kop.

Hij haalde dan zijn flurk
en smeet die ook aan stukken,
ging naarstig aan het slurk,
het zou hem zeker lukken!

Ja, iedereen bezwurkelde
die kleine, slimme urk.
De enige die gurkelde
op een… gurkeflurk!