Categoriearchief: Gezongen gedichten

Het groenpoepkuiken

Het groenpoepkuikenIk ben het groenpoepkuiken.
Ik grobbel in het gras,
ik strubbel door de struiken
en plodder op de plas.

Ik ben het groenpoepkuiken,
herkenbaar aan mijn roep,
aan mijn manier van duiken
en aan mijn groene poep.

Ik ben het groenpoepkuiken,
jij slappe bruinkwakhoen!
‘k Laat jou een poepje ruiken
en let wel… het is groen.


De schinkelwink

Tekening Jaap van den Born

Tekening Jaap van den Born

De schinkelwink zit triest in bad,
allenig, zonder eendjes.
Ze heeft geen protzels, moet op pad
op korte, kromme beentjes.

Ze heeft een protzelschinkeltuig
en schinkelt om den brode.
De weg is lang, het pad is ruig,
maar protzels zijn de mode.

Na lange tijd komt zij weer thuis,
een grote tas vol protzels,
haalt haar machientje uit de kluis
en slurpt een bord met schnotzels.

Daarna doet zij de streuvels dicht
en schinkelt in het donker
want dat is schinkelwinkse plicht,
zo staat het in de Glonker.

Nee, niemand weet hoe zij het doet.
Wil jij er eentje kopen?
Dit is mijn raad, dus luister goed,
zet al je oren open:

de schinkelwink houdt niet van geld,
van bloemen, boterkoeken,
een bord vol schnotzels is wat telt…
dus veel succes bij ’t zoeken!


De dotsedaris

Tekening Jaap van den Born

Tekening Jaap van den Born

Men noemt mij vaak de dotsedaris
en dat bezorgt mij echt geen vreugd
omdat het als een klontje klaar is
dat het een naam is die niet deugt.

En zelfs op meer dan één manier!
Ik weet toch zelf best waar ik ben?
Dat is nooit daar, maar altijd hier,
hoe traag ik kruip, hoe hard ik ren.

En dotsen heb ik nooit gekund.
Ik zabber als een zabberslak,
ik robber als een robberrund,
maar dotsen? Dat is blauwe kak!

Ik koos een naam die bij me past,
noem mij het hiermitatiedier,
want dotsedaris geeft mij last,
ik ben nooit dáár… ik ben toch hier?


De bárzilmus

Tekening Jaap van den Born

Tekening Jaap van den Born

De bárzilmus heeft erge jeuk,
toch durft ze niet te krabben.
De laatste keer dat ze het deed,
schoot haar karmonkel in een deuk
en stond haar poot vol flabben.

Geloof me maar: het is niet leuk
behept met een karmonkeldeuk
te hippen op beflabde poot
in de Bárzilse Slabben.

Nog liever ging ze stokstijfdood
aan echt-niet-te-verdragen jeuk
dan dat ze weer zou krabben!


De paaskorneel

Tekening Jaap van den Born

Tekening Jaap van den Born

De paaskorneel is blauw-met-rood,
dat doet hem zo’n verdriet.
En bovendien is hij niet groot,
geen droezel die hem ziet.

Veel liever was hij groen-met-geel,
de kleuren van de lente.
Dus kijkt hij sip (en ook erg scheel),
zoekt troost in smots met krenten.

 

 


De zabberslak


Wie zabbert in de schele nacht
en heeft dan twee keer bezemkracht
waardoor ze vaak al nokkels brak?
Het is de zabberslak.

Tekening Jaap van den Born

Wie zoeft er fluks het maanlicht door
met een reflector op haar oor
en knipperfrikkels op haar dak?
Het is de zabberslak.

Als ’s ochtends vroeg de zon verschijnt,
wie is de eerste die verdwijnt,
nog één keer zabbert, zij het zwak?
Het is de zabberslak!


De griespardot

De griespardot

Tekening Jaap van den Born

De griespardot staat wat te grroemen
temidden van een protterveld,
bezaaid met viezeschetenbloemen:
hij heeft ze allemaal geteld.

“Ik pluk er vijf om vuur te stoken,
dan knalt het -grroem- in mijn fornuis,
en acht om -grroem- kaduuf te koken,
dan ruikt het lekker bij mij thuis.

Nog tien voor -grroem- mijn jaarlijks bad
en twaalf gestrikt met stinkend smik:
een -grroem- boeket voor griespardat,
die houdt van schoonheid… net als ik! “

Werkzoekende

Werkzoekende - Daan de Ligt

Werkzoekende – Daan de Ligt



Hier kunt u de door mij gezongen versie beluisteren.

De gingginger

tekening door Jaap van den Born

tekening door Jaap van den Born

In een woud hier ver vandaan
leeft een schepsel, heel alleen.
Hij kan rollen, maar niet staan,
heeft geen been, geen voet, geen teen.

Oh, wat moet hij eenzaam wezen,
deze purperen gingginger,
die niet eens een boek kan lezen
want hij heeft geen hand, geen vinger.

‘k Heb zo’n meelij met het dier,
maar dat woud is ver van hier.

Voor zijn achteroverneven
(heel gelijkend, maar wel groen)
die in onze streken leven
kan ik echter wél iets doen!

Hen verzorgen is een pretje,
zie ze soezen in de lommer.
Ik bereid hun vinaigretje
want ik hou zo van komkommer.

(melodie – behalve regel 9 en 10 – uit de film “Miss Potter” – “Let me teach you how to dance”, gezongen door Ewan Mc Gregor, gecomponeerd door Nigel Westlake)

Druppelsgewijs

Gedichtendag 2010 - Druppelsgewijs

Gedichtendag 2010 – Druppelsgewijs

door de tijd beslagen
krijgen herinneringen een waas
zoals het lang ongebruikte glas
dat achter in de kast staat

weet je nog of je zoet of bitter dronk?
of het tikken van twee glazen klonk?
of daarbij ogen straalden, stemmen streelden?

je slaat breekbare gedachten tegeneen
en wat je toen zo zeker wist
tracht je nu opnieuw te weten

elk heden heb je slechts te leen
over de grens van het moment
ligt het druppelsgewijs vergeten

(Dit was het “Gedicht van de Stad Ronse” in 2010, naar aanleiding van de wedstrijd voor Gedichtendag. Eerst stond er een fout in de tekst, die werd na drie jaar eindelijk verbeterd, maar nu is wel het jaartal verkeerd…)